STUDIO MATTIAS

'Alleen met het hart kun je goed zien'.

Uit: 'De Kleine Prins'
van Antoine de Saint-Exupery

Alien over "onze kleine prinsjes"

Ter ere  van de geboorte- en sterfdag van Jasper en Sander, onze dierbare jongetjes, (27 augustus 1991) heb ik hier wat gedichten uit mijn boekje " Onze Kleine Prinsjes" (geillustreerd door Robert) geplaatst. Het boekje is te bestellen via info@studiomattias.nl.

 

kleine prinsjesOnverwacht

onverwacht

in verwachting

nog minder verwacht

een tweeling

als een donderslag

bij al wel bewolkte hemel

in de nacht van

26 - 27 augustus

geboren en

gestorven

 

Ik geef Jasper aan zijn vader….

Ik geef Jasper aan zijn vader….
Zes woorden bevat dit zinnetje, zes woorden maar.
Maar er zit een diepte en een verhaal in van eindeloos 
veel zinnen en eindeloos veel woorden….

Terwijl ik mijn handen met Jasper erin naar zijn vader
uitstrek, zakt er een beentje langs mijn handen naar beneden, 
het bungelt er even wat bij. Dan zijn de handen van
Jaspers vader onder de mijne en ik laat het kleine
lichaampje, waar af en toe nog een schok van leven
door heen gaat, in zijn mooie, grote handen zakken.
Mijn handen glijden onder het lijfje vandaan. En de zijne
vouwen zich - behoedzaam - om ons kleine kindje heen.

Ik voel zòveel : eigenlijk wil ik dit kleine jongetje, dat
mijn kindje is, niet afstaan. Ik wil geen afscheid nemen,
zelfs niet voor even. En toch moet ik het doen, ik moet
nu met mijn aandacht bij het volgende kindje zijn.
En bovendien weet ik diep van binnen : dit kindje is niet
alleen van mij, ik moet (en màg) het kleine wezentje dat
ik net gebaard heb, delen met zijn vader.

En later zie ik in dat dit eerste loslaten precies hetzelfde
is als wat alle ouders moeten doen. Vandaar dat ik een
paar dagen later, tijdens het afscheidsritueel bij het kistje,
Gibrans woorden over kinderen voorlees : 

“Zij komen door je, maar zijn niet van je en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.”

Maar het doet pijn dit loslaten èn het
doet goed, want het is ook prachtig : dit kleine broze wezentje in de mooie,
grote, sterke handen van zijn vader.

 

Ik geef

Ik geef
en
jij ontvangt
ons kind

ik kijk
en
jij opent
je handen
voor ons kind

ik praat
en
jij luistert
naar ons kind

ik zie
en
jij lààt je zien
door ons kind

ik leef
en
jij zoekt naar leven
in ons kind

ik huil
en
jij huilt
met mij mee
om ons kind

 

Gewijde Grond

In het begin stond het kistje
op gewijde grond.
Bij kaarslicht, wierookgeur en bloemen
en in eerbiedige stilte
zaten we bij jullie :
“Konden we ze maar altijd
hier houden, dan was het goed.”

De eerste nacht - jullie tweetjes
zo dicht in de buurt -
sliep ik weinig;
een unheimisch gevoel bekroop me,
verhalen over gestolen lijken
doemden op in mijn hoofd.

 Later genoten we ervan om
- trotse ouders -
jullie te tonen aan vrienden en familie.
“Het zijn toch mijn kleinkinderen”,
zei oma, op haar knieën bij het kistje.
Ze keek zò aandachtig.

Nog weer later dronken we thee bij jullie,
bij kaarslicht, wierookgeur en bloemen ;
“Hadden we de begrafenis maar één dag
uitgesteld, dan was het goed.”

En na de tweede nacht - heerlijk rustig geslapen,
met jullie zo dicht in de buurt -
vroeg ik : “Zullen we bij de kindjes ontbijten?”
dat deden we,
bij kaarslicht, wierookgeur en bloemen.

Niet lang daarna namen we afscheid,
met Kahlil Gibran, gebeden, een liedje
en stilte en
bij kaarslicht, wierookgeur en bloemen :
“Ik had niet meer van ze op kunnen
nemen dan ik nu heb gedaan.
Het is goed zo.”

We sloten het kistje : “Ga maar terug
naar waar jullie vandaan komen.
We laten jullie los…..”

Stil, verdrietig èn dankbaar
bestrooiden we tenslotte
het kistje met bloemblaadjes.

Dichtbij jullie stonden we,
in het graf,
in eerbiedige stilte en
op gewijde grond.

“Dag lieve jongetjes,
bedankt voor alles wat jullie
gebracht hebben...” 

 

Ik kijk naar een foto….

ik kijk naar
een foto
twee mensen in een graf
kijken naar
wat voor mij nu al niet meer
te zien is :


een wit kistje
bedekt met bloemblaadjes
een prachtig gezicht

nog eenmaal
een laatste blik
een eeuwig moment
ik kijk
en zij kijken ook
- nog steeds -
twee gebogen hoofden
dicht bij elkaar
handen op elkaars rug
steunend en zorgzaam en mooi
zij konden Jasper en Sander toen
ook al niet meer zien
- het kistje was dicht -
ik kijk
en zij kijken ook
- nog eenmaal -
naar wat nu voor niemand meer
te zien is :

een wit kistje
bedekt met bloemblaadjes
een prachtig gezicht

 

Breekbaar

breekbaar
onze kindjes 
klein
in jouw handen

kwetsbaar
jouw ogen
broos
in mijn gezicht

feilbaar
mijn lichaam
leeg
in mijn gevoel

voorspelbaar
onze leegte
zwaar
in mijn buik

onvervangbaar
twee jongetjes
wit
in hun kistje

onpeilbaar
mijn liefde
diep
voor jullie twee

dankbaar
mijn herinnering
licht
in het duister

 

Heimwee

heimwee
naar de hevigheid
van
het verdriet
in het begin
toen er niets anders bestond
dan dat wat er gebeurde
hier en nu

heimwee
naar de felheid
van
de pijn
tijdens de bevalling
niets anders mogelijk
dan
bezig zijn met baren
hier en nu

heimwee
naar de alomvattendheid
van
mijn liefde
voor die kleine kindjes
op mijn borst
in de verloskamer
hier en nu

heimwee
naar de intensiteit
van
die hele eerste week
toen
alles pijnlijk helder
en elk moment
zijn leven ten volle waard was
hier en nu

heimwee

 

Ik ben gezuiverd

ik ben
gezuiverd
door mijn
tranen
verdriet
heeft mij
zò schoongemaakt
dat
in de spiegel
tegenover mij
mijn eigen
pure
kind
ontwaakt